zondag 29 december 2013

Marokko december 2013


Marokko, december 2013

 

We vertrekken op 23 november om 6.45 uur. Na 4 dagen komen we aan in Tarifa. Hier een dag uitgerust en omdat  het de volgende dag erg regenachtig en winderig is, rijden we verder naar Algeciras om de boot van 14.00 uur naar Ceuta te nemen. Vanwege het slechte weer vertrekt de eerstvolgende boot pas om 19.00 uur, daarom besluiten we om de boot naar Tanger te nemen. Ook dit pakt heel anders uit; ook deze vaart van 14.00 uur wordt gecancelled en we moeten nieuwe kaartjes halen voor de vaart van 16.00 uur. Uiteindelijk vertrekt de boot pas om 17.30. Na een uurtje varen over wilde golven zijn we er al. Op de boot kunnen onze paspoorten al worden afgestempeld. Als de boot afmeert, blijken we in plaats van in Tanger in Tanger Med te zijn aangekomen. In de stromende regen door de douane heen, waar de Daf maar net onder de overkapping boven de douanekantoren past. Alle douaneformaliteiten worden efficiënt en correct afgehandeld. We blijven 2 dagen in Larache op de “camping” waarvan de eigenaar (rederij) inmiddels failliet is gegaan. Dit betekent geen water, geen elektriciteit  en erg vieze toiletten zonder deuren en het ex personeel dat de camping nu runt, klopt ’s ochtends om half 8 al bij ons op de deur met de vraag of wij hun potje thee wel even aan de kook willen brengen. Leuk is wel dat een Marokkaan ’s avonds met de taxi pizza’s voor ons ophaalt uit het stadje. Het is nu eikeltjes tijd in het gebied en veel mensen zoeken eikels van de kurkeik om op te eten en je ziet zelfs mensen op de vluchtstrook van de snelweg staan die eikels te koop aanbieden.

Naar Rabat gereden om de volgende dag het visum voor Mauritanie te regelen. Hier krijgen we te horen dat sinds kort het visum ook weer bij de grens van Mauritanie kan worden gekocht. Dit klinkt ons als muziek in de oren en snel rijden we Rabat weer uit.

In de buurt van Sidi Abed (net onder El Jadida) zoeken we schelpen en genieten we van het uitzicht en de stilte. Met Marokkaanse vissers drinken we een glas thee op het strand.

De volgende dag rijden we naar Moulay Bouzerktoun. We zijn de enige buitenlanders in het dorp. Nog voordat we uit de truck gestapt zijn, staan kinderen al klaar om ons door moeders gebreide mutsen in de meest bijzondere kleuren aan te smeren. Het is extreem eb en hele families met ezels schrapen zeewier van de rotsen af en zoeken naar schaal en schelpdieren. Strandwandelingen gemaakt en genoten van het geruis van de zee.

 

Moulay Bouzerktoun
 

Van Moulay Bouzerktoun rijden we naar Pointe Imessouane. Het is op dit moment erg droog in Marokko en veel arganbomen lijken wel dood. Langs de kant van de weg bieden mannen flessen met arganolie te koop aan. Op camping “Cathedral Point” (vreemde naam voor een camping in een islamitisch land) zijn alleen wat windsurfers. Op de camping laden we onze accu’s even bij. Bij de haven van het dorp kopen we verse tonijn en dorade.

Pointe Imessouane
 

We rijden verder naar de camping van Massa/Sidi Oussay om een paar honderd liter drinkwater  te tanken. We lezen op internet dat het de komende dagen hard gaat waaien in de West Sahara maar besluiten toch richting Tan Tan te vertrekken. Tussen Guelmim en Tan Tan komen we in een hevige zandstorm terecht. We kunnen slechts 2 strepen in het  midden van de weg zien en we moeten alle ramen sluiten om geen zand in ogen en neus te krijgen. Gelukkig duurt het zeer slechte zicht maar even en na een vermoeiende rit besluiten we een dag bij Tan Tan Plage aan de kust te blijven staan en te wachten tot de storm gaat liggen. Een uitgehongerde zwerfhond komt bij de truck liggen, in de hoop iets te eten van ons te krijgen. Wij kunnen zo’n zielige hond natuurlijk niet aanzien en geven haar eten en water. Als je zo’n stumper eten geeft, zijn ze niet meer bij je weg te slaan en bewaken ze ’s nachts ook nog je wagen. Nadat de storm enigszins is gaan liggen, rijden we verder naar Laayoune en de volgende dag naar Lakhraa, 160 km. boven Dakhla. Schuifmachines zijn bezig het op de weg gewaaide zand weg te halen. Voor en na de steden vrij veel politie-, gendarmerie- en militaire controles. We geven fiches af en moeten  precies vertellen waar we heen gaan en waar we gaan overnachten. De meer dan 1000 km. lange weg door de West Sahara is vrij smal (2 vrachtwagens kunnen elkaar nauwelijks passeren) en het asfalt is aan beide kanten van de weg afgebrokkeld met scherpe randen waar je de autobanden op stuk rijdt als je niet goed uitkijkt. Het weinige ons tegemoetkomende verkeer, bestaat voor 95% uit vrachtwagens, die goederen vervoeren tussen de steden in de West Sahara die op minstens 300 km. van elkaar liggen.Tijdens onze rit zien we ook af en toe vieze verwilderde mensen lopen met lege plastic flessen met touwen om hun hals geknoopt.

Lakhraa is een in een prachtige baai gelegen oud vissersdorpje, waar de vissers in zelf gefrabiceerde hutten wonen en de zee opvaren met kleine houten bootjes. Wij zijn hier opnieuw de enige buitenlanders.

 
In Dakhla doen we inkopen voor de komende tijd in Mauretanie. Het waait de hele dag weer hard en ’s middags is er een “zonsverduistering” door al het zand dat in de lucht zit. Het is niet verstandig nu verder te rijden naar Mauretanie, dus blijven we hier een paar dagen.

Na een paar dagen in Dakhla te zijn geweest, besluiten we vanwege paranormale gebeurtenissen, niet verder af te reizen naar het zuiden, maar terug te keren naar het gedeelte van Marokko, boven de West Sahara en onze verder prima reis daar voort te zetten.

Bij Tan Tan Plage (El Ouatia) staan we bij de kust, totdat het weer hard gaat waaien. Vanwege de harde wind besluiten we op een ommuurde camping te gaan staan en daar afgeschermd van de zandstorm te wachten tot de wind gaat liggen. El Ouatia is een kleine vissersplaats met winkeltjes en eethuisjes. Op de camping bieden vissers mosselen, gamba’s en (niet altijd verse) vis te koop aan. Overdag hebben we prachtig weer met een stralend blauwe lucht. Af en toe is er ‘s avonds een natte zoute zeedamp, waardoor alles in onze wooncabine klam wordt. We zoeken schelpen en maken strandwandelingen en komen hier helemaal tot rust.

Na een aantal dagen Tan Tan Plage rijden we verder richting Guelmim.

Omdat Tosh al jaren vreselijk gespannen is tijdens het rijden als hij voorin bij ons zit, hebben we geprobeerd hoe het gaat als we hem in het woongedeelte opsluiten, met alle ramen verduisterd. Dit lijkt redelijk goed te gaan.

We zetten de truck tussen Tan Tan en Guelmim van de weg af en drinken thee bij een Marokkaanse familie. Het Marokkaanse theeritueel is echt grappig: voordat je eindelijk je glaasje thee krijgt is het wel 10 keer teruggegooid in de theepot en zijn er nog diverse blokken suiker aan toegevoegd. We begrijpen nu waarom sommige mensen hier bijna geen tanden meer in hun mond hebben of alleen nog zwarte stompen. De familie spreekt een paar woorden Frans en wat ze verder in het Arabisch vertellen, weten we niet.  ’s Ochtends als we opstaan, zien we een kameleon in de boom zitten. In Guelmim doen we inkopen en halen bij de banketbakker volgens ons de lekkerste koekjes van heel Marokko. Op de markt zie je behalve koeien- en kamelenkoppen ook alles wat uit het inwendige van de koeien komt, aan haken hangen. 




We rijden door naar de oase van Tighmert, een stukje buiten Guelmim. Deze oase is een van de grootste in gebruik zijnde oases van Marokko. We wandelen 2 uur door de oase om de bron van de oase te vinden. Deze ligt echter zo ver weg in de bergen, dat we de wandeling niet afmaken. De stilte en rust in de oase zijn weer overweldigend en oorverdovend.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

donderdag 16 mei 2013

Marokko 2013


Reis naar Marokko van 5 januari t/m 5 maart 2013

Op zaterdag 5 januari 2013 bij Guerguerat de grens Mauritanië/Marokko overgestoken. De Mauretaanse grens is in een kwartiertje gepiept. We hoeven nergens voor te betalen. Dan over het stukje niemandsland naar de grens met Marokko. In het stukje niemandsland liggen veel kapotte computers en tv’s en er staan veel kapotte auto’s. Deze worden waarschijnlijk nooit opgeruimd omdat het stuk land van niemand is. Ook is het stukje niemandsland niet geasfalteerd en bestaat uit rotsen en zand. Veel auto’s rijden hier hun banden stuk of rijden zich vast in het losse zand.
Aangekomen bij de Marokkaanse grens lijkt alles heel snel te gaan, totdat een ambtenaar in plaats van “ import” op onze auto invoerpapieren “export” schrijft.  Dit is een dermate ernstige fout dat alles op het kantoor in het honderd loopt. De betrokken ambtenaar wordt door zijn collega’s uitgekafferd en ik stel voorzichtig voor dat hij het woord “export” wel kan veranderen in “import”. Volgens de douane kan dat niet en moeten er nieuwe auto invoerpapieren worden ingevuld, maar als die ingevuld zijn, mist er een krabbeltje van de hoofdverantwoordelijke van de scanner, waar de DAF net doorheen is geweest. De beste man is nergens te vinden, dus wordt besloten toch maar het eerste papier te gebruiken en het woord export te veranderen in import. Daarna gaan er nog wat dingen mis door toedoen van onwetende grensbeambten en daarom duurt het Marokkaanse grensgebeuren al met al 2 uren. Toch zijn we nog nooit zo snel de Mauretaanse/Marokkaanse grens overgestoken.

In Marokko bij de eerste de beste winkel in de woestijn jam, yoghurt, drinkyoghurt etc. gekocht. Allemaal dingen die de afgelopen weken bijna niet te krijgen waren en waar we erg zin in hebben. Zeer goedkoop getankt in de West Sahara, 6,3 dirham de liter (0,57 euro). De truck in de woestijn neergezet bij een baai bij de oceaan. Er staat een stevige wind en de lucht zit nog steeds vol zand. Overdag is het 25 graden, ’s ochtendsvroeg 10. Een groep uitgedroogde en uitgehongerde honden veel water en eten gegeven. Tosh begrijpt niet dat de honden zo wild aanvallen op het water en grijpt in. Tosh wordt in zijn bil gebeten, heeft een spier verrekt en loopt op 3 poten. De andere honden zijn gelukkig niet gewond.

Naar Cintra Bay gereden. In deze baai moeten monniksrobben en zeeschildpadden voorkomen. We hebben urenlang over het strand gewandeld en veel mooie marginella’s gevonden, maar helaas geen beesten gezien. Gelukkig rijden we vandaag niet want er vliegt een kilometerslange sprinkhanenzwerm door de lucht. Die wil je echt niet tegen de voorruit van je auto aanhebben. Mike verkent met de quad de omgeving.

Een aantal dagen in Dakhla op de camping gestaan. Inkopen en de was doen en water tanken. Op de camping ontmoeten we Marc en Rosana in hun donkerblauwe Unimog (www.dumatravels.blogspot.com) , die onderweg zijn naar Zuid Afrika.

Naar Oued Kraa gereden, een mooie baai omringd door hoge kliffen. We zetten de truck bovenop een heuvel, volop in de wind. ’s Nachts begint het  te stormen en de deuren die we niet goed afgesloten hebben, slaan midden in de nacht met een keiharde klap open.
 
 
 
Oued Kraa 
 
 
 
Vanwege de storm rijden we de volgende dag verder naar Boujdour. Deprimerend stadje en de ommuurde camping geeft weinig beschutting tegen de storm. Marokkanen gebruiken de muren van de camping om erachter te poepen.
Elke keer als we ergens in de West Sahara wildkamperen, komt de politie of marine om onze fiches vragen. Ze willen precies weten wanneer we Marokko zijn binnengekomen en wat ons politienummer is. Deze strengere controle heeft waarschijnlijk te maken  met de onrust in Mali en dreiging van moslimextremisten. We horen van een Marokkaan dat op dit moment alle bruggen van Agadir tot aan het einde van de West Sahara bewaakt worden. Marokko is dus enigszins bang voor terroristische acties. Ook horen we dat Franse toeristen op dit moment niet durven wild te kamperen.

Tussen Laayoune en Tarfaya komen we  Sjors en Monique (www.sjoque.nl) in hun lichtgrijze DAF tegen. We hebben hun een aantal keren bij Willys Treffen in Duitsland gezien. Grappig dat je elkaar dan weer in Marokko tegenkomt. Zij hebben hun huis in Nederland verkocht en zijn nu onderweg naar Zuid Afrika.

Verder gereden naar Tarfaya. Leuk stadje met prettige rustige sfeer. De truck neergezet op het strand, maar hier waaien we weg en worden we gezandstraald, dus maar iets verder van het strand af gezet. In de oceaan staat een ruïne van een oud Spaans fort en ook her en der in het stadje zie je gebouwen die dateren uit de tijd dat dit stuk van de West Sahara nog onder Spaans bewind viel. De temperatuur is de laatste dagen een stuk lager, zo’n 20 graden overdag en 10 ’s nachts.
 
Tarfaya
 
 
Via Tan Tan en Guelmim rijden we via een klein weggetje naar Tafraoute. Tafraoute ligt op 1200 meter hoogte en ligt in een dal omringd door geweldige vierkante rotsblokken. Beetje Rocky Mountain-achtig. We overnachten enkele kilometers voor Tafraoute. Het heeft de hele dag gemiezerd en het is slechts 11 graden (’s nachts vorst aan de grond). Het dakraam dat wij in Senegal eraf hebben gereden, lekt gelukkig (nog) niet.

Van Tarfraoute door de amandelvallei naar Igherm gereden. Sommige stukken erg mooi met aparte rotspartijen en wit-roze bloeiende amandelbomen, andere stukken ronduit saai, kaal en leeg.
Van Igherm naar Tata gereden. Mooie route langs oases en bergen met prachtige vormen.
Een keurig geschoven piste genomen van Akka Irhan naar Foum Zguid. Een niet spannende maar wel mooie route tussen de bergen door. Het gebied is bijna onbewoond en het is er doodstil.



Amandelvallei
 
 


Van Foum Zguid rijden we naar het noorden en bij Asaka nemen we een piste richting Ait Hamane en Zagora. Volgens onze kaart loopt de piste noordoost, maar wij rijden op een pad dat voornamelijk zuidoostelijk gaat. Aan het einde van de dag hebben we geen idee waar we zijn. De dorpjes onderweg hebben geen plaatsnaamborden en Marokkanen die we de weg vragen, sturen ons de meest vreemde kanten op. Overnacht bij een mooie rotspartij. Hier de vissen gebarbecued die we in Dakhla hebben gekocht en in de vriezer hebben gegooid. Het grillen gaat helemaal niet goed, de vissen blijven plakken aan het dubbelrooster waar ze tussenliggen en ze moeten eruit gebikt worden. Het is een grote puinzooi op ons bord en de vis is gortdroog.
 
Tussen Ait Hamane en Zagora
 
 
 

De volgende dag komen we bij een dorpje uit en blijken we best wel goed gereden zijn. Helaas kunnen we de piste richting Zagora niet verder afmaken omdat de weg volgens dorpsbewoners zwaar beschadigd en onbegaanbaar is. We volgen hun advies op en rijden in westelijke richting door een desolaat mijngebied naar Tasla. Onderweg vinden we nog  stenen met kobaltresten en koperresten erin. In Tasla vieren we mijn 52e verjaardag met een lekkere tajine en couscous.

Via Tasla en Agdz naar Zagora gereden. Mooie route door de Draa vallei. Zelden zien we zoveel palmbomen bijelkaar.
We rusten een paar dagen uit op camping Oasis Palmier in Zagora. In de oase, waar de camping middenin ligt, is een familie bezig dadels te plukken uit een palmboom en wij krijgen een bult dadels van hun. Marokkanen zijn gewoon aardige mensen. We kauwen op de dadels en spugen daarna de pit uit. Later horen we dat je een verse dadel altijd eerst moet openmaken om te zien of er geen rups inzit. In het stadje laten we de olie van de truck verversen en we gebruiken de dagen op de camping om drinkwater te tanken en inkopen en de was te doen.

Richting Taghbalte gereden. Voor Taghbalte een piste genomen richting Fezzou.  We overnachten in de stenenwoestijn en vinden stukjes van fossielen. Ik heb vandaag voor het eerst zelf een eindje in de DAF gereden.
Een stukje na Oumjrane worden we staande gehouden door een mijnwerker van een kobaltmijn. We moeten 15 minuten wachten totdat hun explosieven tot ontploffing zijn gebracht. Uit voorzorg voor luchtdruk of vallende stenen parkeert hij zijn vrachtwagen haaks voor ons. De explosie stelt weinig voor, een plof en een grote stofwolk.
De piste loopt tussen de bergen door en is soms hobbelig met veel stenen en soms zijn er vrij zware zandige stukken. We hebben hier nog geen toerist zien rijden. Je hoort hier ook helemaal niets, geen vogels en geen insecten.
Als wij denken in totaal onbewoond gebied te staan, komt er toch elke keer wel iemand opduiken uit het niets. Marokkanen zijn erg nieuwsgierig en ze vinden het geen enkel probleem om kilometers te lopen om te zien wat die buitenlanders daar uitspoken. Onze “visite”wil dan water hebben, sigaret, mobieltje, alcohol, kleding etc. Vaker gebeurt het dat ze helemaal niets hoeven en alleen maar even nieuwsgierig komen kijken en dagzeggen.  

Vlak voor Fezzou vinden we een fossiel van een trilobiet. Naar de berg Djebel Izimour gereden om meer fossielen te zoeken en hier een nacht gestaan. Mike verkent de omgeving met de quad en helaas zijn er alleen fossiele koralen te vinden. Verder richting Bou Dib/Alnif gereden en fossielen van kleine ammonieten en trilobieten gevonden. Jongens uit een nabijgelegen dorp klimmen voor ons naar de top van de berg en slaan daar stenen doormidden. Jammergenoeg lukt het hun niet om de trilobieten/phacops er heel uit te krijgen. De fossielen die ik vind liggen aan de voet van de berg en zijn door de regen van de berg afgespoeld. Mike klimt de volgende dag ook naar de top van een fossielenberg en vindt een paar mooie fossielen.
We besluiten niet verder naar het oosten te rijden omdat de temperatuur daar te laag is.

Via Alnif en Boumalne du Dades naar Skoura gereden waar een mooie kasbah uit de 17e eeuw staat. Helaas is de kasbah wegens renovatie niet te bezichtigen. In Skoura vieren we Mike zijn 53e verjaardag. Tussen Boumalne du Dades en Skoura worden veel produkten verkocht die rozenextract bevatten. De rozenvallei ligt hier vlakbij in de buurt, maar omdat het te vroeg in het jaar is, hebben we geen roos gezien.

We overnachten bij een meer vlakbij Ouarzazate. Mooie omgeving met uitzicht op de besneeuwde bergtoppen van de Hoge Atlas.  Ook hier is het weer doodstil en hoor je geen vogels of insecten. ’s Ochtends is het erg koud, net iets boven nul.
In Ouarzazate slaan we weer eten in en gaan bij Peter en Zineb op bezoek. Is erg gezellig en het is leuk om hun na 2 jaar weer te zien.

Volgende dag via een hobbelige piste naar de oase van Fint gereden. Fint ligt 15 km. ten zuiden van Ouarzazate. Dit is tot nu toe de mooiste oase die we gezien hebben: stromende beek door de oase met in het water vissen, schildpadden en kikkers. De oase ligt in een dal omringd door bijzonder gevormde vulkanische bergen/gesteente. Omdat het hier zo’n bijzondere omgeving is, worden er regelmatig filmshots gemaakt, bijv.  Asterix en Obelix, Gladiator en Prince of Persia.
Als we onze truck neerzetten, staat er nog 1 andere in de rivierbedding, maar al snel groeit het aantal trucks tot 15. We staan nu tussen Franse, Italiaanse en Tsjechische hippies en het aantal honden dat meereist is groter dan het aantal bewoners van de trucks. De hippies blowen de hele dag en ’s avonds gaan de flessen drank open en wordt retromuziek aangezet. Het stoort ons totaal niet en we vinden het erg grappig hoe zij leven en reizen in hun vrachtwagens die vanbinnen ingericht zijn als clubhuizen. Hippies zitten niet op klapstoeltjes in de zon, ze zijn hoofdzakelijk in het zwart gekleed, ze hebben een allesbrander in de vrachtwagen staan om de boel te verwarmen en zo zijn er nog veel meer verschillen met andere reizigers op te noemen.
We blijven 3 nachten in Fint en maken mooie wandelingen door en langs de oase.

 
 
Oase van Fint
 
 
 

Van Fint naar Ait Benhaddou gereden, waar een oud dorp, bestaande uit roodkleurige lemen huizen, tegen een berg is aangebouwd. Het dorp staat op de werelderfgoedlijst en is vaak gebruikt voor filmopnames (o.a. Gladiator en Jewel of the Nile). We vinden het erg tegenvallen, omdat wij in andere delen van Marokko soortgelijke dorpjes hebben gezien, maar dan niet gerestaureerd en dus authentieker. Ait Benhaddou is een bestemming voor toeristen die in 1 week zoveel mogelijk van Marokko willen zien.
Een stukje buiten Taliouine, een stadje in het saffraangebied van Marokko, overnacht. Saffraan noemen ze hier het “rode goud”.
Via Taliouine en Taroudant naar Agadir gereden. Mooie omgeving met bergen, veel arganbomen en citrusvruchtenplantages. Overnacht aan de kust bij Taghazout, waar veel surfers komen. Het staat hier niet prettig. Vieze omgeving, met veel autoverkeer en luchtvervuiling.

Van Taghazout naar Pointe Imessouane gereden. Wij vinden Pointe Imessouane nog steeds een van de leukste Marokkaanse kust/vissersplaatsjes. Bij de haven heerlijke verse dorade’s en tonijn gekocht. Je kan hier leuk wandelen en er zijn fossielen van koralen te vinden.
 
Pointe Imessouane
 

Na 3 dagen camping in Pointe Imessouane naar Sidi Kaouki en Cap Sim/Cap Dunes gereden. Hier 2 nachten gestaan. De route tussen Agadir en Essaouira is bergachtig met mooie valleien en het gebied staat bekend om de vele arganbomen.

We rijden verder naar Moulay Bouzerktoun. Leuk kustplaatsje waar niks te beleven valt, maar waar je gewoon vrij en lekker dicht bij de zee kan staan. We hebben de afgelopen dagen wat regen gehad en de temperatuur is gedaald naar een graad of 17/18 overdag. De dag dat het ging regenen waren de Marokkanen erg vriendelijk en blij, omdat ze in Marokko al lange tijd smachten naar regenwater.

Tussen Moulay en Safi staan mensen met schelpen en inktvissen langs de weg.
4 Dagen in Safi gebleven. Aardige Nederlanders ontmoet, Roos en Fer uit de buurt van Breda. Safi is bekend van de vele pottenbakkerijen, waar mooie schalen etc. worden gefabriceerd.
Daarna richting El Jadida gereden. Het gebied tussen Safi en El Jadida staat bekend om de goede kwaliteit groenten die hier wordt verbouwd. De bloemkool die we onderweg kopen, wordt waar we bij staan vers van het land afgesneden. Bij Sidi Abed bij zee gestaan en mooie schelpen gevonden in de leuke baai. ’s Ochtends gaan mensen zittend op ezeltjes naar het strand om bij eb zeeegels, inktvissen, mossels e.d.  tussen de rotsen weg te halen.

Het drinkwater waarmee we in Safi onze watertank hebben gevuld, blijkt niet goed te zijn: de melk in de koffie gaat schiften. Mike heeft chloor in de watertank gegooid en het lijkt nu beter te zijn. Uit voorzorg voorlopig maar even koffie maken met flessenwater.

Naar Kenitra gereden en overnacht in een bos met kurkbomen. Tussen Rabat en Kenitra in oostelijke richting beslaat het kurkbos 133.000 ha. Mike vindt 2 landschildpadden in het bos. Naar Moulay Bousselham gereden, omdat wij van Duitsers hoorden dat hier een mooie lagune/baai  zou zijn. Was wel aardig, maar ook erg toeristisch. Dus maar verder gereden naar Larache, waar ook weer een kurkbos is.
 
 

Van Larache door de bergen naar Martil. Onderweg staan mensen langs de weg met asperges en aardbeien. In Martil zoeken we de camping, maar rijden verkeerd en komen met de truck in een straatje terecht dat steeds smaller wordt en waar de elektriciteitsdraden steeds lager hangen. Aan het einde van het straatje blijkt markt te zijn en veel Marokkanen kijken angstig of het wel goed komt met onze vrachtwagen tussen hun marktkramen door. Het is echt centimeterwerk. Sommige mensen halen snel hun jaloezieën omhoog, sommigen zetten parasols opzij en marktkooplui schuiven kratten met doperwten en sperziebonen aan de kant. Andere Marokkanen vinden het allemaal erg grappig en als we uiteindelijk zonder schade te maken de markt uitrijden, worden duimen opgestoken ten teken dat Mike het toch maar even mooi  heeft gefixt.
In tegenstelling tot september vorig jaar, toen hier maar 3 campers stonden, staat de camping nu helemaal vol. Aangezien de weersverwachting voor de komende week erg slecht is (zware regenbuien) blijven we hier niet te lang staan en rijden op 5 maart naar Zuid Spanje om de bergachtige omgeving in de buurt van Malaga te ontdekken.

woensdag 15 mei 2013

Mauretanie 2013


Reis naar Mauretanie van 27 december 2012  t/m 5 januari 2013

Op 27 december bij Diama de grens overgegaan. Wat een corrupte bende daar. De Senegalese douane is oké en stempelt gewoon ons carnet af. De Senegalese politie moet 10 euro hebben voor het inschrijven van de truck in zijn grote boek. Wij weigeren dat te betalen en het gevolg hiervan is dat hij weigert de paspoorten te stempelen. Geïrriteerd lopen we weg, maar aangezien je daar niks mee opschiet, lopen we maar weer terug naar het loket met 10 euro en vragen netjes om een reçu. Dat wil hij niet geven en hij blijft weigeren de paspoorten af te stempelen. Uiteindelijk met veel tegenzin die 10 euro wel betaald. De Mauretaanse politie moet ook 10 euro hebben voor het inschrijven van de truck in hun boek. De Mauretaanse douane moet 20 euro hebben voor het schrijven van 2 laissez passers (1 voor de DAF en 1 voor de quad) en weigert onze carnet de passages af te stempelen. We hebben nu een laissez passer voor 7 dagen, wat betekent dat we of binnen 7 dagen het land uit moeten zijn, of dat we binnen 7 dagen de laissez passer moeten verlengen in Nouakchott. Bij de grens nog een verzekering gekocht, wat ook weer 36.000 ouguiya (bijna 100 euro) kost. Al met al neemt het hele grensgebeuren ongeveer 3 uren in beslag . Er moet ook nog betaald worden voor de brug over de Senegalrivier, 2500 ouguiya (ca. 6 euro). Vreemd genoeg kostte dit in 2011 toen we hier ook waren nog 6000 ouguiya.
We overnachten in natuurreservaat Diawling. De volgende dag bij de kaartjesverkoop in het park niet naar rechts richting Rosso gereden, maar de weg rechtdoor genomen. We zetten de truck vlakbij 2 sluizen neer. Dit is een prachtig gedeelte van het reservaat. Veel pelikanen, flamingo’s, ijsvogels, lepelaars, kraanvogels en allerlei soorten reigers. Maar wat nog veel leuker is, er zitten ook veel varanen en Afrikaanse wilde zwijnen met gekrulde slagtanden. De varanen zijn roestbruin tot oranje/geel van kleur en sommige zijn zeker 1,5 meter lang. Zowel de wilde zwijnen als de varanen lopen niet al te ver van ons vandaan. We observeren de beesten de hele dag. Mike zit te bedenken hoe hij aan zo’n grote slagtand van een wild zwijn kan komen, en aangezien wij geen jagers zijn, zullen we dan een dood zwijn moeten vinden.
De volgende ochtend komt Mike met een trofee aanzetten, een opgedroogd dood wild zwijn met alle slagtanden er nog in! Mike probeert met een tang de slagtanden eruit te halen, maar dit lukt niet. Dan zaagt hij maar met de takkenzaag de slagtanden uit de kaak. Mike had ook nog bedacht om de kop van het wild zwijn op de grille van de DAF vast te binden, maar het ding stinkt te erg.
Niet naar Rosso gereden maar afgeslagen naar  Keur Masene, waar o.a. toeristen kunnen jagen op de wilde zwijnen. Onderweg moeten we door dikke rookwolken rijden omdat een groot rietgebied in de Senegalrivier in brand staat. Bij een dorpje willen we een zak met afval op de plaatselijke vuilnisbelt gooien. Mannen komen aanlopen en willen graag in onze afvalzak kijken of er nog iets eetbaars in zit. Ze zijn teleurgesteld dat er niets meer voor hun in zit. Overnacht in het Mauretaanse savannegebied en een aantal patas apen gezien niet ver van onze truck vandaan.

De volgende dag door Keur Masene gereden en zeker 30/40 patas apen gezien. Veel zanderige stukken waar de truck geen moeite mee heeft als we hem in de 4x4 zetten. Onderweg nog een stel Senegalesen die vast zitten met hun busje losgetrokken uit het zand.
 
 

Er staat al een paar dagen een stormachtige noordooster wind en de lucht zit zo vol zand dat het zicht onderweg soms beperkt is.  We kunnen de ramen van de wooncabine niet open hebben anders ligt er in no time een laagje zand op de tafel en het bed etc.

Overnachting in de buurt van een zoutmeer. Er is een dorpje vlakbij maar hier woont niemand meer. Gezien de depri en desolate omgeving begrijpen we wel waarom. Op weg naar Nouakchott zien we langs de weg een auto die total loss is met daarnaast 2 dode kamelen. Duidelijk is dat je hier beter geen kamelen kan aanrijden.
In dit gedeelte van Mauritanië wonen de mensen in piepkleine vierkante of rechthoekige huisjes. De vierkante huisjes meten ongeveer 3 x 3 meter en hebben een puntdak met daarop een bolletje of een half maantje. Sommige huisjes hebben knalroze muren en een knalblauw dak. De rechthoekige huisjes zijn ongeveer zo groot als de tuin-/fietsenhokjes die wij in Nederland hebben en zijn gemaakt van losse planken met een golfplaten dak.



In Nouakchott verlengen we onze laissez passer bij het hoofdkantoor van de douane. We moeten 4 uren wachten omdat de directeur een stempel en een krabbel op de nieuwe laissez passer moet zetten en hij “even” de stad in is. Verder is er niemand op het hoofdkantoor van de douane bevoegd om onze laissez passer te tekenen. Om half 4 ’s middags hebben we eindelijk de laissez passer voor 30 dagen en het kost niks. Als we Nouakchott bijna uitgereden zijn, zien we een supermarkt waar van alles te koop is. In dit soort supermarkten zie je de rijkere Mauretaniers en blanken die in Nouakchott werken. De arme Mauretaniers kopen hun eten op de markt. Vlees kopen lukt helaas niet: alleen de geiten- en kamelenvlees slagers zijn open.

We hebben vandaag besloten niet naar Atar te rijden om een tweetal redenen. De eerste reden is dat het daar volgens insiders op dit moment (i.v.m. onrust Mali) niet veilig is en er bijna geen toeristen zijn. We hebben geprobeerd een aantal auberges en campings in Atar op te bellen om te informeren wat de stand van zaken op dit moment is, maar we kunnen , waarschijnlijk door de zandstorm, geen telefoonverbinding krijgen. De tweede reden is dat er nu al dagen een zandstorm vanuit het noordoosten waait, en Atar in noordoostelijke richting ligt. Alle tracks zijn dan dichtgewaaid met zand en bovendien hebben we geen zin om nog meer zand te happen. De route naar Atar en Chinguetti  en in noordelijke richting langs de spoorlijn rijden we wel een andere keer, want we komen vast nog wel eens in Mauritanië.

We overnachten vlak boven Nouakchott bij de Atlantische Oceaan. Hier beleven we oudjaarsdag 2012 en nieuwjaarsdag 2013. Op oudjaarsavond worden er door Mauretaniers op het strand 3 vuurpijltjes en 1 knaldingetje afgestoken.

 

Op 3 januari rijden we verder noordelijk. We overnachten een stuk van een vissersdorp af. Vlak voor zonsondergang komen 3 vissers uit het dorp aangelopen om bij ons om sigaretten te schooien. Wij kunnen in ruil daarvoor een grote krab van hun krijgen. Ze vertellen ons dat zij met hun kleine pirogues op krab vissen en deze verkopen aan Japanners en Koreanen, die met  trawlers de zee voor de Mauretaanse kust leegvissen.  

Op 5 januari verlaten we Mauritanië. Van noord Mauritanië tot zuid Mauritanië bij de Senegalese grens is het ca. 700 kilometer. Dit is gemakkelijk te doen in 2 dagen. De wegen zijn prima en er is bijna geen verkeer. Ook zijn er weinig politie/gendarmerie/douanecontroles op de route van zuid naar noord.

 

zondag 12 mei 2013

Senegal 2012

Reis naar Senegal van 17 december t/m 27 december 2012


Op maandag 17 december bij Karang de grens tussen Gambia en Senegal overgestoken. Alles is binnen een uurtje gepiept. Gratis een laissez passer voor de quad gekregen voor 10 dagen. De DAF gaat weer met de carnet de passages over. De laissez passer kan met 2x 15 dagen verlengd worden in Dakar of Tambacounda. Aangezien wij Dakar niet inwillen voor een verlenging besluiten we binnen 10 dagen Senegal weer uit te zijn. We overnachten in een mooi delta natuurgebied, waar we o.a. pelikanen en zwart/witte ijsvogels (pied kingfisher) zien.

Via Kaolack, een stinkstad, rijden we de binnenlanden van Senegal in. De meeste reizigers nemen de kustweg richting Dakar, maar we denken dat de route die wij nemen interessanter en minder toeristisch is.
Van Kaolack naar Diourbel en Darou Mousti gereden. Eerst asfalt, dan gravel en dan een prachtig zandpad door savannegebied. Alleen de zebra’s en giraffen ontbreken nog. Overnacht in de savanne. Allemaal mooie vogels en nestjes. Heerlijk en rustig plekje dachten we. We liggen al te slapen als we om half 10 ’s avonds wakker worden van gepraat, getoeter van auto’s en geschijn met zaklampen. Blijken nieuwsgierige Senegalesen te zijn die enthousiast staan te joelen rondom onze truck. Het is allemaal onschuldig en we hebben er maar niet op gereageerd. Het zandpad van Ndindi naar Darou Mousti  is bijna te smal voor de DAF. Soms staan er aan beide zijden van het pad acaciabomen met enorme stekels, waar we niet tussendoor of onderdoor passen. Op dat moment moeten we door het gras van de savanne onze eigen weg zoeken. Dat gaat prima, maar we moeten goed opletten dat we geen grote acaciastekels in de banden krijgen. Wij hebben geen auto op de route gezien en volgens ons heeft er nog nooit een vrachtwagen over dit pad gereden. Mochten we de route ooit nog eens een keer vanaf de andere kant (vanaf Darou Mousti) willen rijden dan zal hij erg moeilijk te vinden zijn, omdat hij ergens achter allemaal huizen in het dorp begint.







Van Darou Mousti richting Louga gereden. Onderweg zit een grote groep gieren zich tegoed te doen aan een dode aangereden ezel. Het leek wel of de ezel nog leefde omdat zijn kop bewoog, maar dat kwam omdat de gieren in het beest zaten om te scheuren. Mike wil over de ezel heenrijden om hem uit zijn lijden te verlossen, mocht ie nog leven. Wij filmen de schranspartij en ik wordt er echt misselijk van. Mike rijdt heel dicht op de gieren af, maar ze blijven ongestoord doorgaan met eten met hun vieze koppen en lange kale bebloede nekken diep in het kadaver van de ezel. De gieren zijn veel groter dan die we zagen in de Casamance en Gambia.

 

In de dorpen in het binnenland van Senegal zijn weer weinig verse etenswaren te koop. Uien, uitgedroogde aardappels en rottende kolen. Het lijkt wel of ze hier leven op sinaasappels en meloenen, die zijn er volop.
’s Ochtends als we wegrijden van onze overnachtingsplek komen we voor de eerste keer deze reis, vast te zitten in het zand. Dat betekent zand wegscheppen, rijplaten onder de wielen leggen en weer uit het zand rijden. De rijplaten zijn hierna enigszins krom en die leggen we verderop op de weg om er overheen te rijden en ze weer recht te krijgen.
 
Van Louga naar Potou aan de kust gereden en dan nemen we een gravelroad naar Mouit. Prachtige route door het duingebied in het noordwesten van Senegal. De Senegalrivier en de Atlantische Oceaan ontmoeten elkaar hier en vormen een mooi deltagebied met lagunes. We verblijven een aantal dagen op de Zebrabar camping. Hier ontmoetten we Ping en Noel uit Engeland in hun Iveco 4x4 busje, Emile en Odile uit Zwitserland met hun Landrover en Lorenzo uit Amerika en Kevin uit Engeland  beide op de motor.  Voor eind december zijn er erg weinig reizigers op de camping. We kunnen het goed vinden met dit groepje mensen, juist omdat het heel verschillende types zijn. De Zwitsers en de Engelsen  hebben veel problemen gehad met de grensovergangen in het Noorden bij Rosso en Diama. Ook al hadden ze een carnet de passages, deze werd aan de grens niet afgestempeld en in plaats hiervan kregen ze natuurlijk tegen betaling,  een laisser passer voor maar 48 uur. Ze zijn verplicht om in Dakar hun carnet de passages af te stempelen en hun laisser passer te verlengen. Ze hebben geprobeerd e.e.a. te regelen in Saint Louis dat hier vlakbij de camping ligt, maar hier kan natuurlijk alleen weer tegen betaling van 40 euro de laisser passer worden verlengd met 5 dagen. Ze moeten dan alsnog naar Dakar om het carnet af te laten stempelen. Het is vreemd dat je deze problemen niet hebt als je Senegal vanuit het zuiden binnenkomt, zoals wij hebben gedaan. We horen op de camping dat waarschijnlijk vanaf juli 2013 voor Senegal  een visum verplicht zal zijn. Al deze regels en corruptie bij de noordelijke grens zullen volgens iedereen ertoe leiden dat steeds minder reizigers via Senegal West Afrika binnenreizen.

Zebrabar camping
 
 
 

Camping Zebrabar is erg mooi gelegen aan een binnenmeer/lagune, waar je lekker kan afkoelen in het water. Geen overbodige luxe met een temperatuur  van af en toe meer dan 40 graden in december. Het is een relaxte camping met mooie staplekken onder de bomen en een restaurant waar je zelf je drankjes mag pakken. Er is geen drinkwater of internet maar wel douches met warm water. Mike tilt Tosh een eind het water van de lagune in en dan moet Tosh terugzwemmen naar de kant. En, het is gelukt, Tosh heeft voor het eerst in zijn 4-jarig bestaan, zelf gezwommen. Hij kijkt helemaal beduusd als hij weer op het strand staat. Daarna hebben we hem nog een paar keer laten zwemmen totdat hij aangeeft dat het welletjes is.

Met nog een paar mensen van de camping maken we een boottocht met een pirogue (smalle houten boot)  over de Senegalrivier. Het hele gebied inclusief de camping valt onder het Parc National de la Langue de Barbarie. In het midden van de rivier is een vogeleiland met wat pelikanen en allerlei soorten meeuwen en steltlopers. Langs de oevers van de rivier zien we veel krabben, visarenden en af en toe een zwart-witte ijsvogel. De boot wordt afgemeerd bij de landengte en daarna lopen we met z’n allen naar de Atlantische Oceaan. Het strand is ongerept en er zijn helaas geen mooie schelpen te vinden. Qua vogels vinden wij de boottrip niet zo bijzonder omdat wij onderweg deze vogels al hebben gezien. Tosh gaat ook mee in het bootje en als we weer aankomen bij de camping staat de parkwachter ons boos op te wachten omdat we met de hond het nationale park in zijn geweest. Tosh is waarschijnlijk de eerste en de laatste hond die het park heeft betreden.
 
 

Kerst 2012 “gevierd” in Senegal  bij een dagtemperatuur van 37 graden. Nog nooit zo’n warme kerst meegemaakt. Bijzonder aangenaam is dat we niet weken van te voren kerstliedjes horen en geen winkels hebben gezien die uitpuilen met kerstartikelen. De eigenaren van de camping zorgen voor een echt kerstdiner voor alle gasten.
 
Op 27 december vertrekken we weer bij de Zebrabar camping en vlak voor Saint Louis vraagt de politie of we een brandblusser en 2 gevarendriehoeken bij ons hebben. We hoeven niet eens uit te stappen om te laten zien dat we die dingen ook echt bij ons hebben. We gaan daarna bij Diama de grens met Mauritanië over.


dinsdag 7 mei 2013

Gambia 2012


Reis naar Gambia  van 3 december 2012 t/m 17 december 2012

 

Op 3 december gaan we bij Sileti en Giboro de grens met Gambia over. Binnen een uur zijn we door beide grensposten heen. Snelheidsrecord!!! Wel moeten ze met 5 man drugsteam etc. in de wooncabine kijken en moeten alle kastjes open. Vooral onze medicijnen en malariapillen krijgen veel aandacht. We kopen een laissez passer voor 1 maand voor 175 dalassi (4,50 euro). Geld gewisseld bij de grens, 40 dalassi voor 1 euro.

Van Brikama naar Gunjur en Kajabong gereden om te zien of we hier aan het strand kunnen staan. Gunjur is helaas weer een vissersdorp en we hebben na Cap Skirring geen zin om weer in de vislucht te staan. In Kajabong is het hotel van president Jammeh van Gambia in aanbouw en daar mogen we niet bij in de buurt staan. Onderweg veel politiecontroles, die best wel mee vallen, ze zeuren alleen af en toe over het feit dat we geen veiligheidsgordels in de DAF hebben. Naar Sanyang gereden. We parkeren er vlakbij het strand.  Ze noemen het hier ook wel Paradise Beach en het is net als Cap Skirring een van de mooiste stranden van West Afrika. Het strand is eigenlijk een kopie van dat van Cap Skirring. De temperatuur ligt elke dag tussen de 30 en 35 graden en er staat een lekker windje van zee.
9 Dagen bij Sanyang gestaan en in de zon liggen bakken, strandwandelingen gemaakt (mooie cypreae zonaria= schelpen gevonden) en verder genikst. We kunnen gratis gebruik maken van de waterkranen van de lodges en de ligbedden en parasols op het strand. We geven wat strips malariapillen en paracetamol weg aan Gambianen die het nodig hebben.



Elke dag worden hier met busjes toeristen gedumpt die zich snel insmeren met zonnebrand om in de zon te bakken, maar die dan al weer verder moeten voor de tour met het busje. Sowieso zijn de toeristen hier erg grappig. Het zijn bijna allemaal Nederlanders, Zweden of Engelsen en ze hebben allemaal een rugzakje bij zich en saaie niet bijelkaar passende kleren aan. ¾ Van de manlijke en vrouwelijke toeristen is te dik en toch vertonen ze zich in spannende bikini’s e.d. Ook hebben ze allemaal een fototoestel en iedereen maakt foto’s van dezelfde dingen. Je hebt ook toeristen die met 35 graden hitte aankomen lopen met dikke bergschoenen en fleece truien aan.
Omdat wij hierheen zijn komen rijden en al bijna 3 maanden rondtoeren door Afrika voelen Mike en ik ons geen toeristen, maar reizigers. Misschien wel gek dat wij dat zo voelen.
In Sanyang zijn veel hustlers en bumpsters. Wij noemen ze vanaf nu de badboys. De badboys vallen toeristen lastig met hun domme vragen en praatjes en willen geld aan je verdienen. Ze willen je gids zijn en dan moet je ze de hele dag meenemen, hun te eten en te drinken geven en betalen voor hun “werk”. Ze doen veel moeite om jou over te halen gebruik te maken van hun diensten.

Veel toeristen in Sanyang hebben een badboy bij zich, wat wij heel vreemd vinden, omdat het dan lijkt dat blanke toeristen niet zelfstandig dingen kunnen ondernemen. Wij waren gelukkig snel klaar met de badboys en na 1 dag hebben we al geen last meer van ze. Het meest irritant is dat elke badboy dezelfde stomme dingen aan je vraagt (where are you from, howmany times in Gambia enzovoort) en tegen je zegt (when you are happy, I am happy).

Dit is geen badboy, maar Mike
 

Naar Sukuta gereden waar een Duitse kriebelcamping gevestigd was. Kriebelcamping omdat wij de kriebels kregen van de Deutsche Gruendlichkeit en alle regels die gelden in het “kamp”. Mensen praten hier heel zachtjes met elkaar en je mag de wc pas gebruiken als de stortbak weer met water gevuld is. De wc rollen zitten vast met een slot. Tosh mag niet loslopen maar hun eigen hond schijt de camping eronder en doet vals tegen Tosh. Staan we na 1,5 maand weer eens op een camping, tref je zoiets.  Op de camping ontmoeten we Sonja en Jeroen uit Velp (www.travelmaniacs.nu) die met hun Toyota Landcruiser naar Mali en Burkina Faso gaan. Zij vertellen ons dat op 21 november tussen Nioro du Sahel en Diema in Mali een Fransman is ontvoerd. Dit is de route die wij op 21 oktober hebben gereden en die dus niet ongevaarlijk is geweest.
Met de taxi vanaf de camping naar Kololi gereden om visa voor Mauritanië te regelen. ’s Ochtends om 10 uur aangevraagd en om 1 uur ‘s middags zijn ze al klaar. We worden netjes door de ambassade gebeld dat de visa klaarliggen. Kost  93 euro per visum, maar nu hoeven we gelukkig niet het drukke chaotische Dakar in Senegal in voor een visum voor Mauritanië.

We rijden naar Fajara en overnachten vlakbij het strand. Ook hier kunnen we, als we maar een drankje bestellen,  weer gratis gebruik maken van ligbedden en parasols. Een paar mooie schelpen gevonden. Je hebt hier geen last van de badboys omdat er constant politie over het strand loopt en veel restaurants/strandtenten hun eigen security hebben, die de badboys wegsturen.
Helaas wordt Tosh op het strand in zijn poot gebeten door een hond. De hond zit aan de riem en valt onverwachts aan. Tosh pakte hem wel terug maar het leed is al geschied. De volgende dag kan Tosh bijna niet meer lopen en hebben we hem maar een pijnstiller gegeven. 2 Dagen later is zijn poot zo dik dat we Tosh nu ook maar aan een antibioticakuur hebben gezet.

Op 16 december steken we de Gambia rivier over met de ferry van Banjul naar Barra. Het duurt  9,5 uur voor we op de boot zitten en dan doet de boot er nog eens bijna 2 uur over (normaal 1 uur) om de overkant te bereiken. Volgens insiders moet zondag een rustige dag zijn om de overtocht te maken. We hebben het nummer gekregen van iemand die werkt bij de haven en die zou er wel voor zorgen dat we snel overgingen. Dit pakt toch anders uit. We moeten met de DAF in een straat bij de haven aansluiten achter heel veel andere vrachtwagens, die volgens ons daar al dagen staan. Vervolgens gebeurt er urenlang niks, terwijl er toch mensen bezig voor ons zijn om ons snel op de boot te krijgen.
Als we gesommeerd worden tickets te gaan kopen, kunnen deze alleen worden betaald met dollars of CFA franken. Iedereen mag met dalassi betalen, maar omdat wij een buitenlandse kentekenplaat hebben moeten we met buitenlandse valuta betalen. Gelukkig hebben we nog CFA franken over van Senegal.  De ticket voor de DAF en 2 personen kost ongeveer 13,50 euro.
Na 7 uren staan we eindelijk op het terrein waarvandaan de boot vertrekt.  We staan daar ook nog eens 2,5 uur en volgens het havenpersoneel moeten we maar gaan onderhandelen met en onze situatie gaan uitleggen aan de kapitein van de boot om op de boot te komen. Nou onderhandelen (= geldgeven) hebben we niet gedaan, maar we hebben wel gezegd dat wij het nu echt wel zat waren na 9 uur wachten. En zowaar, een half uur later worden wij uit de rij gepikt en mogen we eindelijk na 9,5 uur wachten de boot op. Eerst wordt nog gevraagd hoe zwaar de DAF is en Mike zegt  7,5 ton, terwijl die 12 ton weegt. Mike geeft zo’n laag gewicht op, omdat we anders waarschijnlijk nog steeds niet de boot op mogen. Omdat het op dat moment laag water is en wij 5 ton gewicht te weinig hebben opgegeven ???, komt de boot de haven bijna niet uit.  In het midden van de rivier moet de boot wachten tot het hoog water wordt, anders loopt hij vast op de zandbanken. Door dit alles doet de boot er in plaats van 1 uur varen, 2 uur over, zodat we met elkaar 12 uren bezig zijn om van Banjul naar Barra te gaan. Dit was vooral heel sneu voor Tosh die de hele dag nergens uitgelaten kon worden. We besluiten na deze zeer vermoeiende ervaring nooit meer de boot van Banjul naar Barra te nemen en een volgende keer meer in het oosten van Gambia de Gambiarivier over te steken.

Daf op de boot over de Gambia rivier


16 Jaar geleden bezochten we Gambia met Lisa en Bart die nog klein waren (10 en 5 jaar). In die 16 jaar is er eigenlijk niet veel veranderd in dit land. De wegen zijn wel verbeterd en de kustlijn wordt nog meer volgebouwd met hotels en appartementen. Het is nog toeristischer geworden.

Gambia is een land met een lekker klimaat waar je even lekker uit kan rusten aan de kust.  Qua landschap en sfeer vinden we Gambia minder prettig dan Senegal.  

zondag 5 mei 2013

Senegal, Casamance 2012


Reis naar de Casamance in Senegal  van 21 november t/m 3 december

 

Op 21 november steken we bij Koundara de grens met Senegal over. De grensovergang bevindt zich in het noordwesten van Guinee en het zuidoosten van Senegal. Ik doe mijn fetisj halsketting, die ik in Mauritanië heb gekocht om en wonderbaarlijk genoeg verlopen de grensformaliteiten vlekkeloos. Alle grensbeambten zijn zeer vriendelijk en behulpzaam. De DAF gaat met de carnet de passages over de grens en voor de quad moeten wij een laissez passer voor 1 maand kopen voor slechts 4 euro. Ook vragen ze vandaag weer eens naar de inentingspapieren van Tosh. Volgens de Lonely Planet moet het een vreselijke route zijn van Koundara naar de Senegalese grens, maar het tegendeel is waar. Inmiddels is hier een spiksplinter nieuwe weg aangelegd. Bij de grens kopen we een Afrikaanse simkaart en beltegoed  voor onze mobiel. We kunnen nu voor 0,30 cent per minuut bellen naar Nederland. Met  ons Vodafone abonnement kost het 2,00 euro per minuut.
Zodra we Senegal binnenrijden zien we een groep apen de weg oversteken. Ook de vogels zijn veel minder schuw dan in Guinee en blijven rustig op een tak zitten als je in de buurt bent.
Overnachting vlakbij een meertje. De dorpsbewoners uit de buurt zijn zoals overal in Afrika erg nieuwsgierig, staan ons met open mond aan te gapen en willen graag een praatje maken. Er is een jonge vrouw van 24 jaar die al 5 kinderen heeft. Er wordt me ook weer een baby in de armen geduwd. ’s Middags om half 4 is het hier tegen de 40 graden in de schaduw. Is wel weer even wennen.

 
 
 


De volgende dag rijden we een leuke piste en zien veel katoenvelden en metershoge termietenheuvels. In Guinee leven de termieten in paddestoelachtige bouwwerken. Wij bevinden ons nu in de Haute Casamance en rijden richting Ziguinchor, dat in de Basse Casamance ligt. De Casamance is een grote rivier en het gebied rondom deze rivier heeft dezelfde naam. De natuur in dit deel van de Casamance is te vergelijken met Guinee, maar dan slechts met kleine stukjes oerwoud. Senegal ademt een andere sfeer uit dan Guinee. De dorpjes zijn nog wel primitief maar het ziet er allemaal wat netter en minder armoedig uit. Dat geldt ook voor de markten en marktkraampjes en de kleding van de Senegalesen. Water komt hier uit putten en moet met een emmer omhoog worden gehaald. We zien elke dag groepen apen, die rustig op de weg zitten als we aan komen rijden. We zien prachtige vogels waaronder een die turquoise van kleur is. Qua voedsel  stelt het nog steeds niet veel voor. Uien, bananen, sinaasappels, pepers, mini tomaatjes, brood en eieren. Nog steeds zien we geen vlees of kip te koop. Net als in Guinee verkopen ze in de dorpen benzine in glazen sterke drankflessen van 1 liter. Als wij in zo’n dorp zouden moeten tanken, dan hebben we dus 500 van die flessen nodig.

 
 
 
 
 

’s Avonds zetten we de DAF op een plekje dat blijkbaar in de buurt van een dorp ligt. Hadden we beter niet kunnen doen, want even later komt het dorpshoofd met aanhang bij ons kijken en zegt dat we op dorpsgrond staan en dat eerst vergaderd moet worden in het dorp of we hier wel mogen staan. We hebben helemaal geen zin in een vergadering in het dorp omdat het al bijna donker is. Nou dan moeten we hem maar iets aanbieden. Lekker vaag. Hoeveel had je dan gedacht, beste man? Nou, hij wil wel 15 euro hebben, waarop ik keihard in lachen uitbarst. Ik vertel hem dat we voor dat geld een hotelkamer kunnen krijgen met elektriciteit en badkuip. We kunnen het bedrag terugbrengen tot 2,50 euro. Triomfantelijk druipt de hele meute af.

Verder gereden richting Ziguinchor. Gatenkaasweg en prachtig landschap met rijstvelden, palmbomen met daarachter de rivier de Casamance. De mensen onderweg zijn niet allemaal even vriendelijk, veel mensen groeten je niet maar houden in plaats daarvan hun hand op voor geld. Daar doen wij helaas voor hun niet aan. Soms rijden we door dorpen waar de mensen op een zodanige manier naar ons kijken en op ons reageren, dat wij het gevoel krijgen dat we als blanke buitenlanders niet echt welkom zijn.

Gatenkaasweg

 
In de buurt van Goudomp overnachten we in een prachtige oase/oerwoud. Tosh vindt het hier fijn en loopt heel trots rond de omgeving te verkennen. Mannen komen ons vertellen dat wij daar beter niet kunnen staan i.v.m. bandieten. Het is veiliger om bij het dorp te gaan staan en dan willen zij de truck wel bewaken. We nemen de dreiging niet al te serieus.
’s Avonds om een uur of half negen als het  donker is, zien we een lampje  in de bosjes schijnen en horen we  mensen zacht met elkaar praten. We houden het goed in de gaten en zien op een gegeven moment dat het licht zich verplaatst naar een ander bosje. Eerst sluipt 1 man van het ene bosje naar het andere, dan verdwijnt hij in een bosje achter de DAF, hierna volgt er een 2e en 3e man. Nou zullen we het beleven, zegt Mike.  Ik tel zeker 3 man die ons omsingelen en willen beroven, dat is helemaal duidelijk. Mike maakte zich klaar voor de tegenaanval en verzamelt de nodige aanvals/verdedigingswapens. Ook wordt Tosh erop attent gemaakt dat we zo de aanval ingaan. Alles wat Mike eraf gaat hakken, is voor hem. Op een gegeven moment loopt er een man vlak langs de DAF en als hij bij het raam staat vlakbij onze toegangsdeur, zet Mike hem snel in het licht van onze handschijnwerper. Het blijkt een soldaat in camouflagepak met mitrailleur te zijn. De andere 2 mannen zijn ook soldaten en ze vragen wat we op deze plek doen en vertellen dat het hier gevaarlijk is i.v.m. bandieten. Het is volgens  hun beter om de truck in het dorp te zetten. Wij hebben het niet gedaan omdat we prachtig stonden en we niet van plan zijn ons te laten intimideren door bandieten. Maar we voelen ons ook veilig omdat we Tosh bij ons hebben, die ons kan waarschuwen en kan helpen bij de aanval. Ik slaap die nacht niet zo lekker omdat ik tot nu toe in de veronderstelling was dat het best wel mee viel met die verhalen over bandieten en rebellen.



Hier werden we belegerd


De volgende dag naar Ziguinchor gereden. Vlak buiten de stad is er een controle door politie en gendarmerie. Volgens de politie is de verzekering van de truck niet in orde. We denken eerst dat het weer een of ander vervelend spelletje is om ons geld af te troggelen, maar nee, het is menens. De politie vertelt dat ze ons in Mali een valse verzekering hebben aangesmeerd, die geen enkele rechtsgeldigheid heeft. We moeten achter de politie aanrijden terug naar de stad en op het politiebureau een verklaring afleggen. Om een lang verhaal kort te maken, ik moet met de taxi de stad in om een nieuwe verzekering te kopen en we moeten een boete van 4,50 euro betalen aan de politie. ’s Middags om 5 uur zijn we eindelijk bij de Atlantische Oceaan in Cap Skirring. Het landschap tussen Ziguinchor en Cap Skirring bestaat uit moerassen en mangrovebossen met daartussenin bolongs (zijarmen van de rivier). Het landschap tussen Ziguinchor en Cap Skirring vinden wij het minst mooie van de gehele Casamance. Het strand bij Cap Skirring behoort tot de mooiste stranden van West Afrika als we de boeken mogen geloven. We zetten de DAF vlakbij zee en eten bij een vissershutje op het strand veel te dure vis. Is wel erg lekker na al die weken pannenkoeken, spaghetti en rijst.

Cap Skirring
 
 


De volgende dag een strandwandeling gemaakt, schelpen gezocht en gezwommen. Tosh vindt het hier ook prettig en heeft met hondjes gespeeld. We staan bij een baai met houten vissersboten, die ’s ochtends uitvaren. Er wordt met netten op langoustes, gamba’s en vis gevist. De geur is hier niet altijd even geweldig, afhankelijk van de wind, omdat de gevangen vis op het strand wordt schoongemaakt en alle ingewanden verspreid liggen in het zand. Ook is hier een visdrogerij. De vissen worden ingesmeerd met zout en liggen op houten stellages in de zon te drogen en worden daarna in zakken gedaan en getransporteerd naar Dakar. Zelfs mensen uit Ghana komen hierheen om gedroogde vis te kopen. De gieren op het strand eten de ingewanden van de vissen op en de rest van de ingewanden wordt met vloed weer de zee ingetrokken. Je moet niet te dicht in de buurt van de vissersboten gaan zwemmen, anders zwem je tussen de ingewanden.

Wij ontmoeten aardige Nederlanders, Tom en Martha, en gaan bij hun op bezoek in hun prachtige villa in een villapark in Baie de Boucotte, 3 km. van Cap Skirring af. De meeste mensen (Fransen en Belgen) die in het villapark wonen, hebben 7 dagen per week een zwart dienstmeisje  aan het werk. Ook heeft iedereen een tuinman, die de prachtig begroeide tuin met zwembad verzorgt. Een grotere tegenstelling met het zo arme gebied van de Casamance bestaat er bijna niet. Aan de andere kant zorgen de villaparken en de 5 sterrenhotels bij Cap Skirring voor veel werkgelegenheid in dit gebied.
Tom en Martha wonen hier 6 maanden per jaar. Ze doen heel veel goede dingen voor Senegalese mensen. Ze hebben ons allemaal  interessante dingen over Senegal verteld. De sterfte onder kinderen en jonge mensen is hier erg groot en vaak is onduidelijk waaraan ze sterven. Voor de meeste mensen hier is gezondheidszorg of een tandarts niet te betalen en lopen ze met allerlei ontstekingen en ziektes rond. Ze sterven aan allerlei (kleine) dingen waar wij in Nederland gemakkelijk voor behandeld worden.  In het droge seizoen moet je niet op blote voeten lopen op plekken waar ook varkens komen, je krijgt dan bulten met daarin een wormpje onder je voetzool.

Na het bezoek aan Tom en Martha rijden we via een mooi zandweggetje richting Djembereng. In Djembereng gaat jammergenoeg het een en ander mis. We vragen aan een jongen de weg naar het strand en vragen of we daar wel kunnen komen met onze truck. Hij loopt voor ons uit en gebaart dat we naar hem toe moeten rijden.  Dan raken we met de bovenkant van de DAF een elektriciteitsdraad, die we er helemaal afrijden. Tot overmaat van ramp trekt de elektriciteitsdraad ook ons dakraam met schroeven en al eraf. Dat moeten we van de straat afrapen. Het hele dorp is overstuur dat wij hun draad eraf hebben getrokken en we moeten de schade maar betalen. Ze beginnen ook onderling ruzie met elkaar te maken, als we vertellen dat het niet alleen onze schuld is, maar ook de schuld van de jongen die vertelde dat wij daar prima langs konden rijden. We betalen 22,50 euro voor de schade en Mike probeert het dakraam weer op het dak te bevestigen. Dit lukt helaas niet zonder kit en nieuwe schroeven, en die zijn in Djembereng niet te krijgen. We moeten dus weer terug naar Cap Skirring. Maar ja, die elektriciteitsdraad hangt vlak boven de grond en dus kunnen we er niet langs. Dat werd allemaal weer geschreeuw en geruzie en mensen die doodsbang waren voor stroomdraden etc. totdat een van de jongens in de boom klimt en voor ons de draad ophijst zodat wij er langs kunnen.
Kit en schroeven gehaald en Mike monteert de volgende dag onprofessioneel het ontzette dakraam weer. Nu is het wachten op regen (wat er voorlopige niet inzit) om te zien of het dakraam waterdicht is. ’s Middags kijken we op het strand bij de oogst van de vissers. Meer dan ¾ van wat ze aan vis binnenbrengen is niet vers. Volgens ons is er zo weinig vis in de zee dat ze de netten te lang in de zee laten liggen, waardoor de meeste vissen al  beginnen te rotten. Behalve vis hebben ze ook schelpen zo groot als voetballen met daarin dikke blubberslakken, die blauw, bruin of zwart van kleur zijn. Die worden door Japanners opgekocht.

Veel Senegalesen maken graag een praatje met ons en ze zijn allemaal erg nieuwsgierig. Als ik alleen rondloop willen ze weten waar Mike is en andersom en als we samen lopen willen ze graag weten waar we heen gaan etc. Maar het meest bijzonder vinden ze Tosh, omdat ze nog nooit zo’n grote gevaarlijk uitziende hond hebben gezien. We kunnen de truck hier gewoon onbewaakt laten staan als we een wandeling maken op het strand of naar het dorp gaan. We geven enkele Senegalesen malariapillen, zodat ze het volgende regenseizoen niet zo ziek hoeven te worden van de malaria.
In Cap Skirring vind je bijna alles waar toeristen behoefte aan hebben. Winkeltjes met Europese producten met prijzen die het dubbele zijn van Europa, internetcafe, restaurants etc.  maar dan wel met een primitieve uitstraling. Er zijn in Cap Skirring weinig Nederlandse, Duitse of Engelse toeristen, wel veel Fransen, Belgen, Spanjaarden en Italianen.

De afgelopen dagen lekkere Senegalese gerechten gegeten:  yassa poisson (gefrituurde vis met een uien/citroensaus, tu (vis in een pittige tomatensaus), mafe (rijst met pindasaus), thieboudieune (gekookte  stukken vis inclusief kop, graten en vel met groenten) en geklutste hibiscusbladeren.
Op 2 december vinden we het welletjes in Cap Skirring en rijden richting de Gambiaanse grens, die ongeveer 150 km. verderop ligt. Af en toe komen we barrières van boomstammen tegen als we een dorp naderen.  Ook zien we bij dorpen gewapende militairen achter zandzakken zitten. Het leger is hier nog altijd in staat van paraatheid, ondanks de wapenstilstand die met de onafhankelijkheidsstrijders van de Casamance is gesloten.

 
 


De Noord Casamance vinden wij mooier dan de Basse Cassamance. Er is meer afwisseling in landschap; behalve mangrovebossen en moerassen ook palmbossen en stukjes oerwoud. We overnachten onze laatste nacht in de Casamance bij het mangrovebos en de rivier. Op 3 december gaan we de grens met Gambia over.