dinsdag 26 december 2017

Marokko, december 2017



In het vissersdorpje Oued Lakraa ontdekt Mike dat opnieuw een van de stalen bevestigingsbeugels van de boiler is afgeknapt. Dit is een ander jaar ook al gebeurd. Met een spanband zet hij de boiler weer vast tegen de achterwand van de woonunit.
De eerste week van december doet de winter zijn  intrede in de sahara; wat inhoudt dat de dagtemperatuur zo/n 10 graden lager ligt dan in november en dat er bijna dagelijks een harde/zeer harde wind staat, die soms vol zand zit.
Samen met Peter en Ingrid rijden we een leuke piste van 140 km van Oued Lakraa richting Dakhla. De piste is niet moeilijk te rijden en voert over vlaktes met en zonder stenen en gaat door soms surrealistisch “maanlandschap”. Het mooiste is het deel met de rotsen van koraal die lijken op boegen van schepen. 





Onder aan deze rotsen liggen veel fossiele schelpen en stukken eierschaal van struisvogels of omdat ze zo dik zijn misschien van dinosauriërs. Er zijn ook veel pre-islamitische monumenten te zien.


Omdat het enige tijd geleden geregend heeft in het gebied en er veel groene struikjes zijn, zijn er veel nomaden met kuddes dromedarissen of geiten/schapen. Af en toe zien we een heel eind van een kudde een dromedaris op de grond liggen, deze blijkt dan net gekalverd te hebben. Nomaden met kuddes verzamelen zich niet ver van de mooie rotsen bij de enige waterput in de buurt en de dorstige dieren verdringen zich bij het met een  mechanische pomp omhoog gebrachte puttenwater. Het water is blijkbaar niet geschikt voor menselijke consumptie, want de nomaden komen ons om drinkwater vragen.



25 Kilometer voor Dakhla staan we 2 nachten op een camperplek bij Trouk (PK25). Hier staan veel gepensioneerde Europese overwinteraars. Sommigen hebben complete terrasjes met planten rond hun camper aangelegd. De enige pluspunten van deze staplek zijn dat je wel lekker eten kan in het op het terrein gelegen restaurant en dat je vrij beschut staat voor de harde noorderwind die hier bijna altijd staat.
Peter en Ingrid blijven in Trouk en wij gaan naar Dakhla om eten in te slaan en om op de camping de was van 3 weken te doen. Omdat de camping goed drinkwater heeft, kunnen we onze watertank van 450 liter weer bijvullen. De camping verkeert in zeer slechte staat van onderhoud: er is geen water in het toiletgebouw, sanitair wordt niet schoongemaakt,  stopcontacten bungelen aan de omheiningsmuren en van de 30 lampen buitenverlichting doen slechts 5 het. Er staat erg veel wind en de lucht zit vol met zand.
Van Dakhla rijden we naar Aousserd en blijven 3 dagen op een archeologisch gezien erg interessante plek in de woestijn staan. Af en toe komen nomaden in hun landrovertjes informeren of alles in orde is met ons.
We rijden weer terug naar de kust en staan een nachtje aan zee bij El Argoub en 3 nachten bij de baai van Porto Rico. Hier vinden we veel fossiele haaientanden, roggentanden en andere deeltjes van zeedieren. De tanden bevinden zich onder aan de kliffen in een laag die vroeger zeebodem was. 


We rijden verder naar Cintra en nemen de piste die langs Sebkha Amtal naar Cintra Bay bij de Atlantische Oceaan gaat. We passeren een aantal militaire posten en na afgifte van een fiche mogen we verder rijden en ook overnachten in het gebied. Langs de sebkha (=depressie) zien we veel schelpenbulten van duizenden jaren geleden leeggegeten schelpen. Er zijn ook veel struisvogel eierschalen en neolithische vuurstenen gebruiksvoorwerpen te vinden.




Van Cintra rijden we naar Gorey Bay waar mooie Marginella Glabella schelpen te vinden zijn. We krijgen verse sardientjes van een visser.
Omdat het erg hard waait, er veel zand in de lucht zit en wij het onprettig vinden om daarin te gaan rijden, blijven we een paar  nachten op een mooie plek in de baai van St. Cyprien staan. Een militair komt ons s’avonds verse mosselen brengen.
In Centre Bir Gandouz, links achter hotel Barbas, zijn een slager, groenteman en supermarktje te vinden. Hier kunnen weer verse produkten worden ingeslagen. We rijden door naar het vissersdorpje Lamhiris. Lamhiris en Porto Rico beschikken volgens ons over de mooiste stukken kustlijn van de Westelijke Sahara.
We maken een wandeling van 4 km. naar 2 ten noorden van Lamhiris gelegen grote gaten in de grond die door een natuurlijke brug van elkaar worden gescheiden en waar de zee van onderen instroomt. Op de hoge in de zee uitstekende rotsen werpen vissers hun lijnen met haken met blinkertjes in scholen sardientjes die in de zee zwemmen. Aan de lopende band worden de sardientjes door hun binnengehaald. 




Bijna alle dagen dat we in Lamhiris staan is er sprake van een “zonsverduistering” door het vele zand in de lucht. De zonnepanelen leveren hierdoor niet genoeg stroom en daarom moet soms het aggregaat een paar uren draaien.  
Na de Kerstdagen nemen we een piste die 15 km. noordelijk van Bir Gandouz Centre begint en die naar de ca. 25 km. landinwaarts gelegen necropole van Chiarate leidt. 
We rijden nog wat uren in het onverwacht prachtige gevarieerde woestijnlandschap van kleine reliëfs, barkhanes (sikkelvormige duinen, die zich verplaatsen door de wind) en oueds met bomen tot we in ondoordringbaar barkhane-gebied komen.

woensdag 29 november 2017

Marokko, november 2017




In Foum Zguid ontmoeten we de Duitse Ingrid en Peter, waarmee we vorig jaar een piste van Zag naar Msied hebben gereden. Dit keer rijden we met hun een piste van Tata naar Oum Laaleg (oum el aleg). We passeren met aarden wallen ommuurde verlaten militaire kampementen en een kampement dat nog wel in gebruik is, omzeilen we zoals gebruikelijk niet, maar rijden er gewoon dwars doorheen. Militairen in rep en roer, maar na afgeven van onze fiches mogen we de route vervolgen. Een militair met erge kiespijn krijgt pijnstillers van ons. In een rivierbedding met zacht zand raken we even het spoor bijster, maar een nomade op een brommer leidt ons naar een route die uitkomt op een oude Parijs-Dakar rallypiste. De rallypiste is veel bereden en erg hobbelig en uitgesleten. We vinden het gebied waar de piste doorheen voert landschappelijk erg tegenvallen. Bij Oum Laaleg wordt het landschap afwisselender en hier bekijken we mooie oude gravures in Tazina stijl. 

 


Na 6 dagen gezellig samen te zijn geweest, nemen we in Akka afscheid van Peter en Ingrid.
In Icht staan we 1 nacht op camping Borj Biramane. Een sfeervolle en nette camping waar je lekker kunt eten. Via Foum el Hisn en Assa rijden we naar Aouinet Torkoz. Hierna nemen we korte pistes richting Fask.
In Guelmim gaan we bij Hassan en Samira van camping de l’oasis in Tighmert langs. Samira is hoogzwanger en waarschijnlijk wordt er daarom niks meer opgeruimd en schoongemaakt op de camping. Na 2 dagen houden we het er voor gezien en rijden we naar de MAN garage in Agadir voor diagnose van het elektronische systeem omdat er vaak storingsmeldingen van het KATfilter op het display in het dashboard verschijnen. In de garage prutsen ze wat aan draden, stekkers en voelers, maar het is duidelijk dat ze niet weten waarmee ze bezig zijn. We overnachten 15 kilometer onder Agadir op camping Takat in Takad. Zeer schone en verzorgde camping met zwembad en zelfs een hondendouche.
We rijden weer richting Guelmim en overnachten op camping La Vallee in Abaynou: mooi tussen de bergen gelegen en er zijn veel vogels. Nadeel van de ligging tussen de bergen is dat de zon pas “laat opkomt”en “vroeg ondergaat”.
Via TanTan rijden we naar Smara.  Op een stuk van 30 km. zijn op deze route 6 benzinestations te vinden. Bij het eerste station komt niemand te voorschijn om ons helpen en bij het tweede benzinestation loopt wel iemand rond, maar die doet net of hij ons niet ziet. Bij het derde worden we wel geholpen maar willen ze geen fooi hebben. Tussen Smara en Laayoune overnachten we her en der in het surrealistische landschap van heuvels die uit oude koraalriffen bestaan.

68 Kilometer westelijk van Smara nemen we een 400 kilomter lange oude Parijs-Dakar Rally piste (RPD1) tot aan Bir Anzarane. De piste, die grotendeels uit “woestijnvlakte racebanen” bestaat, is niet moeilijk te rijden maar gaat met name na de kruising met de weg Laayoune/Gueltat Zemmour, door erg saai landschap. De vlaktes waar we overheen rijden zijn of kaal met af en toe een acaciaboom of kaal en bezaaid met zwarte stenen. 


Behalve het geluid van de wind heerst er absolute stilte en we zien geen enkel dier en slechts 1 keer een nomade met zijn landrover. Alle dagen staat er een harde oostelijke wind en de temperatuur ligt rond de 31 graden.
De andere, meer oostelijk gelegen Parijs-Dakar Rally piste (RPD2) die we in februari reden, is qua landschap en bezienswaardigheden veel aantrekkelijker.
De laatste 50 km tot aan Bir Anzarane is in tegenstelling tot wat alle kaarten zeggen, geasfalteerd en het is heerlijk om even hard over de teerweg te scheuren. Het landschap tussen Bir Anzarane en het kruispunt Dakhla is ook saai maar omdat het niet lang geleden geregend heeft, ligt er wel een mooie groene waas van grassprietjes over de vlaktes. Honderden dromedarissen zijn bezig de vlaktes weer helemaal kaal te grazen. Bij Dakhla wordt hard gewerkt aan het verbreden van de weg naar Boujdour. We hebben met de Duitsers Ingrid en Peter afgesproken in het vissersdorpje Oued Lakraa. Door de wegwerkzaamheden en omleidingen neemt het meer tijd dan normaal om er te komen. 
Aan zee bij Oued Lakraa staat ook een harde oostenwind en het is een graadje of 33. Best wel bijzonder voor eind november. We blijven hier een paar dagen staan. Ingrid en ik wandelen wat, Peter vist en Mike klust aan de truck. Regelmatig zien we scholen dolfijnen vlak langs het strand zwemmen.

dinsdag 31 oktober 2017

Marokko, oktober 2017



Marokko, oktober 2017

In Algeciras waait het een stuk minder dan in Tarifa en we bereiden ons voor op een rustige bootovertocht. Een open retourticket kost dit jaar 322 euro, wat flink duurder is dan vorig jaar. Onduidelijk is waardoor deze prijsstijging van 50% wordt veroorzaakt. Na een klein uurtje varen, komen we aan in Ceuta. Het is vandaag een nationale Spaanse feestdag en veel (Marokkaanse) Spanjaarden willen de grens naar Marokko over. Ondanks de drukte rijden we na 40 minuten grensformaliteiten Marokko binnen. Er wordt nog wel even door de douane in onze koelkast gekeken hoeveel alcoholische versnaperingen we bij ons hebben. Maar ach, die bewaren we echt niet daarin.
In Martil kopen we een Maroc Telecom simkaart en op camping Al Boustane doen we de opgespaarde was van 4 weken en tanken goed drinkwater.
Na 2 dagen rijden we door naar het kleine meertje Bou Daroua bij Ouazzane. Het is een graad of 35 en pas tegen zonsondergang als het afkoelt, komen veel Marokkaanse families een stukje over de dam van het meer lopen.
We rijden verder oostelijk door het Rif gebergte naar Barrage Al Wahda en overnachten bij Oued Ouargha. We ruiken een weeïge weedlucht en aan de overkant van de oued blijken weedvelden te staan. Een wat oudere man geeft ons 2 sinaasappels, probeert ons Arabische woorden te leren en legt op alle mogelijke manieren uit dat we in een cannabisgebied staan. 


We zakken af richting Fes en nemen een stukje snelweg naar Guercif. Bij Fritissa nemen we de 180 km. lange piste G1 van Gandini, die naar Talsint gaat. De piste is lang niet bereden en zwaar beschadigd door stromingen van regenwater en na 80 km. houden we het voor gezien en nemen een piste terug naar het asfalt bij Tissaf. Onderweg lunchen we op een stenenvlakte met veel prehistorische gebruiksvoorwerpen. Akelige piste maar wel erg mooie omgeving.
Van Missour rijden we naar Anoual. Tot Talsint is het landschap erg mooi met diep uitgesleten rivierbeddingen, veel oases en juniperbomen op de bergen. Na Talsint, een dorpje met bank, benzinepomp en cafe’s wordt het landschap kaal en desolaat. Voor verse groentes moet je beslist niet in Talsint zijn: bijna alles is verrot. 




Om de rotsgravures van Ain Kairma bij Anoual te bekijken moeten we een stuk door een rivierbedding rijden. Eenmaal in de rivierbedding, die op sommige plaatsen gevaarlijk modderig is, vinden we nergens een plek waar we deze weer kunnen verlaten om richting de gravures te rijden. Onverrichterzake rijden we maar terug.
Bij Bni Tadjite proberen we eerst de historische oost/west piste naar Atchana , maar omdat ook deze te veel beschadigd is door waterstromingen en niet meer bereden wordt, nemen we een piste zuidwestelijk richting Boudnib. De piste gaat over de Col de Benkassem. 

Col de Benkassem

Nog niet eerder hebben we zo’n akelig rotsblokkenpad (met traptreden) door de bergen gereden. We maken de afdaling in een stapvoets tempo (kruipversnelling).  Als goedmaker voor de vervelende bergpas overnachten we op een prachtige plek bij een afgelegen oase met bron en een berg met vleermuizengrot, 2 km. voor Ksar Tazougart. 

In Erfoud doen we inkopen, tanken diesel en rijden door naar de zandduinen van Erg Chebbi bij Merzouga. Onderweg komen we diepe waterplassen tegen; iets wat wel uniek is in dit gebied. Na 1 dag rust rijden we naar Taouz om westelijk naar Sidi Ali/Tafraout du Sud te rijden. Bij een rivierbedding een stuk voor Ouzina worden we tegengehouden door een Marokkaan die ons vertelt dat een paar dagen geleden 2 grote trucks zichzelf compleet vastgereden hebben bij Ramlia. Volgens hem zijn er te veel zachte modderstukken door de heftige regen van de afgelopen tijd en hij adviseert ons een veel noordelijker gelegen piste te nemen. We rijden een stuk terug naar Jdeid en rijden vanaf daar westelijk naar Fezzou. 






Mooie afwisselende piste met een ondoordringbaar gebied met zandduinen, waar wij omheen moeten rijden en een stuk voor Fezzou, een zandduintjes gebied waar we met de banden op 3 bar gemakkelijk doorheen komen. Van Fezzou rijden we naar El Fecht over een piste bijna zo glad als een biljartlaken. Zo zie je ze niet vaak. Van El Fecht gaat de route verder over een stukje asfalt richting Ait Boudaoud. Hierna nemen we weer een piste die uit moet komen bij de asfaltweg naar Zagora. Na 24 km. over zwaar terrein te hebben gereden, stuiten we op een compleet weggespoeld pad; alle bandensporen houden op en er is alleen nog maar een brede rivierbedding met enorme kiezels te zien. Aangezien het er niet naar uitziet dat de route verderop doorgaat, besluiten we om te keren en overnachten we in een prachtige kloof tussen de bergen. De piste is opnieuw wel een goede test voor de in- en uitschakelbare hydraulische cilinders die dit jaar door Twiga Travelcars onder de MAN zijn gemonteerd. De hydraulische cilinders vervangen de originele stabilisatorstangen van de truck en zorgen ervoor dat de wooncabine veel minder heen en weer wordt gezwiept op heftige pistes.
Na 15 dagen rijden, blijven we een paar dagen op camping Oasis Palmier in Zagora om was- en schoonmaakklussen te doen.